Een nieuw politiek bestel
Ik ben op dit moment zeker de enige niet: ik vind het tijd voor een nieuwe manier om onze democratie in te richten.
De democratie in zijn huidige vorm is op sterven na dood. We maken de gang naar de stembus in de hoop dat er mensen aan de macht komen die het land op een goede manier gaan regeren. Dat die mensen daar zitten met het idee dat zij iets beters willen maken van Nederland.
Nu gaat het me er niet om dat sommige mensen dingen voor Nederland willen die ik afkeur; het ‘nadeel’ van een democratie is dat er ook mensen zijn die iets anders willen dan ik (of jij), maar dat hoort er nu eenmaal bij. Daar moeten we dan discussie over voeren en samen een oplossing zoeken.
Op dit moment wordt de democratie echter gegijzeld door angst. Zoals angst overal in onze samenleving de kop opsteekt en mensen verlamt, zo worden politici nu verlamd door angst: angst om keuzes te moeten maken die mogelijkerwijs leiden tot een verlies van zetels. Zij zijn vaak niet meer bezig met p0litiek bedrijven om een land te regeren, maar met het succes van hun vereniging. Steeds banger om kiezers weg te jagen.
De invloed van de burger op de democratie wordt namelijk steeds directer. Politiek is inmiddels verworden tot een schaakspel met kopstukken en kiezers. Frank Hemmes wijst mij er op zijn weblog terecht op dat dit mede komt door de invloed van de nieuwe sociale netwerken en internetpeilingen. Politici krijgen voortdurend ladingen ‘feedback’ over zich heen. Iedere keuze is verkeerd, er zijn altijd mensen die het niet met je eens zijn. De burger laat dit dat ook duidelijk weten en staat al zwaaiend met de vinger te vertellen dat de politicus het verkeerd doet en dat hij binnenkort wel over zal lopen naar een andere partij. We hebben nu geen 16? 17? (met zijn hoevelen zijn we ondertussen?) miljoen bondscoaches, maar Twitterpolitici. We weten het allemaal beter, en daardoor weet de ware politicus het ook niet meer.
Hier lag het probleem bij de val van het kabinet: partijen wilden een duidelijk statement maken naar de kiezer, over de rug van diezelfde kiezer.
Hier zit ook het probleem bij de formatie van een nieuw kabinet. We hebben helemaal geen onduidelijke verkiezingsuitslag: er zijn duidelijke winnaars, er zijn duidelijk partijen die groter zijn dan anderen. Maar ze willen niet met elkaar regeren, uit angst voor wat de kiezer ervan zal denken.
Maar wat is de oplossing? De mondige burger met internettoegang zal niet verdwijnen. Moeten we de oplossing zoeken in een andere vorm van vertegenwoordiging? Hoe kunnen politieke partijen veranderen, zodat er geen sprake meer is van een vereniging met een bepaald ‘groepsbelang’? Joost mag het weten.
Wat ik wel hoop te zien is dat kleine partijen zich aan zullen sluiten bij grotere. Want de strijd tussen partijen onderling die inhoudelijk goed met elkaar overweg zouden moeten kunnen, pakt voor niemand goed uit. Men blijft proberen elkaars kiezers weg te kapen, wat verwarrend is voor de kiezer en afleidt van waar het eigenlijk om zou moeten gaan: het belang van ons land, de burgers, en onze rol in de wereld.
