Het vakcollege: halleluja!
Op Joost had ik naar aanleiding van mijn artikel over Laura Dekker een discussie over leerplicht en waarom kinderen eigenlijk uitvallen.
Mijn take on things is dat leerplicht een lapmiddel is; het zorgt ervoor dat er niet gekeken hoeft te worden naar de redenen achter de uitval. Als een kind niet naar school wil en je kunt het verplichten te gaan, hoef je geen moeite te doen om de oorzaak weg te nemen. Kortom, het is lekker makkelijk — maar niemand schiet er uiteindelijk wat mee op.
Nu las ik in het NRC Next een stukje over de terugkeer van het vakonderwijs, eindelijk! Fijn dat er weer aandacht komt voor mensen die een ander talent hebben dan dingen uit hun hoofd leren en voor mensen die gewoon liever niet de hele dag stil op een stoel zitten.
In mijn werk heb ik veel te maken gehad met jongeren die het niet naar hun zin hadden op school, die hun opleiding niet afmaakten of die wel naar school gingen, maar er eigenlijk weinig leerden omdat ze zich er gewoon niet voor inzetten. De meeste van hen hadden er moeite mee om vijf dagen per week stil te zitten en vonden het veel te theoretisch. Het is doodzonde dat jongeren gedwongen worden dingen te leren die ze niet willen – en eerlijkgezegd vaak niet nodig hebben - maar niet leren wat ze willen doen. Ze leren hun sterke kanten niet ontdekken, de talenten die ze wel hebben worden niet ontwikkeld, ze voelen zich ongelukkig en ze raken hun zelfvertrouwen kwijt. Het kost ze veel tijd en hun omgeving veel moeite om die jongeren weer een beetje op het juiste pad te krijgen, terwijl het ook op een manier kan die voor iedereen veel aangenamer is.
Algemene ontwikkeling is mooi, maar wat hebben we liever: een ongelukkige puber die niet vooruit te branden is en voor eeuwig afknapt op onderwijs en dingen die ook leuk zouden kunnen zijn (zoals lezen), of iemand die met plezier leert en later heel mooi vakwerk kan afleveren? Ik weet het wel.
De nieuwe onderlaag
Naar aanleiding van het artikel “De nieuwe onderlaag kan geen bijsluiters lezen” van H.J.A. Hofland in NRC Next, 27 augustus 2010.
Volgens cijfers van het Max Goote Kenniscentrum hebben we nu anderhalf miljoen laaggeletterden, een half miljoen meer dan in 1996 – zo schrijft Hofland.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Hoe kan het dat we ondanks verplicht twaalf jaar voltijds onderwijs nog steeds mensen hebben die niet goed kunnen lezen? Een toestroom van allochtone laaggeletterden? Een miljoen van de laaggeletterden is autochtoon.
Ook in mijn omgeving merk ik het, een gebrek aan kennis en vaardigheden. Ik ben maar een paar jaar ouder dan de jongeren waar ik mee werk en ik voel me onderdeel van de laatste generatie die nog écht onderwijs heeft gehad. Het is eng om te merken dat veel van hen slecht kunnen spellen, rekenen en nooit iets lezen. En als ik zeg nooit, dan bedoel ik dat vrij letterlijk.
We hebben het over jongens en meisjes die aan het eind van hun opleiding zitten en over een jaar werk moeten gaan zoeken; waarvan ik nu al weet dat ze geen sollicitatiebrief kunnen schrijven, om het simpele feit dat ze (letterlijk) geen zin foutloos kunnen schrijven. We hebben het over meisjes die hun mbo-opleiding afsluiten met een werkstuk zonder hoofdletters of leestekens.
Ook over jongens die havo gedaan hebben en een hbo-opleiding afsluiten, die nog nooit gehoord hebben van Harry Mülisch, W.F. Hermans, Hella Haasse of Marga Minco. En als je denkt dat dat komt omdat die al wat ouder zijn, moet ik je teleurstellen: ook van bijvoorbeeld Giphart of Zwagerman hadden ze nog nooit gehoord.
Het is schrikbarend om te merken dat ze in paniek raken wanneer ze een simpele vraag in het Engels krijgen, bijvoorbeeld waar iets staat. Duits of Frans beheersen ze in het geheel niet.
Zelfs HBO- en universitaire opleidingen rennen hard achteruit in kwaliteit. Ik heb geluk gehad met een paar strenge docenten: zat er een spelfout in je werk, dan kreeg je het terug zonder beoordeling en mocht je het opnieuw doen. Maar met de overgang naar de Ba/Ma-structuur begon het gezanik al: de vakken die eerst niveau 2 of 3 hadden, kwamen opeens terug als vakken op M-niveau, met nagenoeg exact dezelfde inhoud die ik twee jaar eerder al had gehad.
Ik dacht eerst dat het aan slecht basisonderwijs lag – en daar zal een deel van het probleem best zitten. Als je les krijgt van iemand die zelf niet kan spellen, zul je een achterstand oplopen. Maar deze week zag ik ook een bericht op Onze Taal.nl – hierin staat dat basisscholieren in groep 8 de werkwoordspelling beter beheersen dan scholieren aan het eind van het voortgezet onderwijs.
Ik vraag me ook af of hetzelfde geldt voor rekenen. Ik was gezegend met een leraar wiskunde die ons het gebruik van de rekenmachine in 3 gymnasium verbood – voor sinus, cosinus en tangens kregen we tabellen. En grafische rekenmachines had je toen nog niet.
Het wordt de hoogste tijd om meer aan onderwijs te doen. Minder opzoeken op google, meer zelf schrijven, minder op de rekenmachine en meer zelf bedenken. We laten jongeren collectief in de steek, wanneer we er niets aan doen.
We moeten er meer geld in steken — op alle niveaus. Mijn faculteit kampte ook met een tekort en daardoor een personeelsstop, lokalen die niet brandveilig waren, tekort aan meubilair, computers en een bibliotheek die weinig recente boeken op de plank had. Dat leidt tot gebrekkig onderwijs door mensen die daar niet voor opgeleid zijn en tot studievertraging. Op middelbare scholen moet voorkomen worden dat docenten uitvallen (door bijvoorbeeld overspannenheid) en dat vakken in het geheel niet gegeven worden door een tekort aan docenten.
We moeten ouders ook aanspreken op hun verantwoordelijkheden – ieder uur dat scholieren het vak verzorging in de basisvorming krijgen, omdat ze thuis niet leren om een waslabel te lezen of iedere dag schoon ondergoed aan te trekken, gaat ten koste van tijd die besteed zou kunnen worden aan vakken die op school thuishoren.
En we moeten af van de verheerlijking van middelmaat. Iemand die kan spellen, is geen elitaire taalnazi, maar iemand met meer kans op een baan dan iemand die dat niet kan – CV’s met spelfouten gaan namelijk zo de papierversnipperaar in.
Als er geen verandering komt in de maatschappij en hoe we omgaan met kennis, dan vrees ik met H.J.A. Hofland mee voor de toename van onwetendheid.
De politiek luistert wél
We kampen op het moment met nogal wat ontevreden stemmers. Mensen die op een partij stemmen, om tegengas te geven. Omdat ze vinden dat de politiek naar ze moet luisteren. Wat ze doen is hetzelfde als boos worden omdat de huisarts niet wekelijks belt om te vragen of je nog wel gezond bent — maar dat verwacht niemand. Als je een probleem hebt, bel je de dokter, en dan luistert ie heus wel. Maar als je niet belt, komt ie ook niet vanzelf met de oplossing voor je kwaal. Logisch toch?
Hetzelfde is het met politiek – als je een probleem hebt, kun je dat op allerlei manieren duidelijk maken. Je kunt lid worden van een politieke partij, op burgerspreekuur komen, langs gaan op een open dag, een brief of e-mailtje schrijven, het informatienummer van de gemeente bellen, politici lastigvallen op Twitter, spreken op een hoorzitting of inspreken in een (deel)raadsvergadering, of je aansluiten bij een van de vele organisaties die actief zijn in je wijk of woonplaats.
Maar de mensen die klagen, doen dat over het algemeen helemaal niet. Nee, die gaan thuis in hun luie stoel achteroverleunend zitten mokken, dat ‘de politiek’ niet luistert. Die kijken nooit op de site van de gemeente wat er speelt en komen niet veel buiten – die stappen voor de deur in hun auto, stappen er ‘s avonds weer uit en zetten dan SBS6 aan, om vervolgens hun mening over de maatschappij te baseren op programma’s als Probleemwijken, De Tokkies en Hart van Nederland.
De politiek maakt maar één fout, en dat is de klagende burger gelijk geven wanneer deze stelt dat de politiek niet luistert. Daarmee houd je het idee in stand dat de burger eist en de politiek een soort uitvoerende instantie is die levert op aanvraag. De politiek zou die burgers juist moeten wijzen op hun eigen verantwoordelijkheden.
Wat nu gebeurt, is de omgekeerde wereld: men stemt op een partij om duidelijk te maken wat men niet wil. Terwijl het voor iedereen helder zou moeten zijn dat je pas krijgt wat je wilt, als je zegt wat je wilt en er iets voor doet. We wonen met zijn allen in Nederland – dat betekent dus dat we er allemaal iets voor moeten doen om er een prettig land van te maken. We kunnen niet allemaal achterover gaan zitten wachten tot een ander alles voor ons regelt (om vervolgens te klagen dat die ander zich te veel met ons leven bemoeit, dat dan ook nog).
De kloof tussen politiek en burger is je reinste flauwekul. Iedere politicus is een mens met een leven en wensen zoals ieder ander. De burger kan prima terecht – de bereikbaarheid van politici is waarschijnlijk zelfs nog nooit zo groot geweest, en iedere burger kan zelf politiek actief worden.
Ontevreden achterover gaan zitten is een keuze, geen aandoening die door iemand anders verholpen dient te worden.
Dieren en/in vrijheid
Naar aanleiding van een discussie over de orka die nu in het Dolfinarium verblijft, stuurde @Free_Morgan mij deze link.
Nog afgezien van het feit dat ik een aardig verschil zie tussen orka’s en bijvoorbeeld konijnen, kan ik het niet helemaal eens zijn met de strekking van het verhaal. Het gaat niet eens zozeer om of ik wel of niet voor het houden van huisdieren ben, maar vooral om de argumenten die in het stuk gebruikt worden.
De schrijver van het artikel stelt dat dieren niet gehouden mogen worden of op wat voor manier dan ook gedwongen mogen worden tot gedrag door afhankelijkheidsrelaties, maar dat ze wild gedrag moeten kunnen vertonen.
Nu maakt het artikel een uitzondering voor honden en katten, waar ik niet zo veel van begrijp. Wat is het verschil tussen een dier in een kooi houden, of een dier in een iets groter kooitje (huis) houden? In beide gevallen is er geen keuzevrijheid voor het dier: de huishond kan net zo min zijn spullen pakken en ergens anders gaan wonen als het konijn in het hok.
Waar het in het artikel voornamelijk om gaat is ‘vrijheid’ en ‘afhankelijkheid’. Een dier mag niet gehouden worden, omdat het ‘afhankelijk’ raakt van mensen. Alsof het in de natuur vrij zou zijn; alsof het dier in de natuur niet afhankelijk zou zijn van de eigen soortgenoten of van andere soorten, of eigenlijk ook van de mens, die op dit moment voor alle andere dieren lijken te bepalen of ze bestaansrecht hebben en zo ja, waar ze dan wel mogen leven.
En als afhankelijkheid op zich niet goed is, zouden mensen dan wel kinderen op moeten voeden? Wat is het verschil tussen die liefde van een dier voor de mensen die voor hem zorgen, of de liefde van een kind voor de mensen die zorgen dat zijn eten op tafel staat na een schooldag? (Voor wie zegt dat een dier biologisch gezien geen familie is, heb ik maar één woord – nee, twee: adoptiekinderen, stiefkinderen). Ook een kleuter kan er niet voor kiezen zijn spullen te pakken en te verhuizen, als ie toevallig rotouders heeft. Of gewoon vrij wil zijn natuurlijk.
Geen enkel dier zou omwille van economisch of immaterieel gewin gedwongen mogen worden tot onnatuurlijke gedrag of de mogelijkheid ontzegd mogen worden om het eigen, natuurlijke gedrag te vertonen.
Zo staat het op de website.
Is het natuurlijk gedrag om op een toilet te plassen? En is het derhalve wel ok om je kind te belonen met een aai over de bol, wanneer het voor het eerst komt melden dat het moet plassen, in plaats van het te laten lopen?
Uiteindelijk leidt het me tot de vraag of vrijheid überhaupt wel bestaat. Is het natuurlijk gedrag dat hele hordes mensen 40 uur per week op een bureaustoel achter een computerscherm zitten? Of worden ze ertoe gedwongen voor economisch gewin? Is het wel natuurlijk gedrag dat mensen aardig doen tegen elkaar? Of doen ze het alleen voor immaterieel gewin? Of is juist die hunkering naar (immaterieel) gewin natuurlijk gedrag?
Waar het uiteindelijk om draait is niet zozeer of een mens/dier iets doet uit afhankelijkheid; afhankelijkheid is niet te voorkomen en misschien niet per definitie onwenselijk. Waar het om gaat is of deze afhankelijkheid ten koste gaat van de gezondheid of het welbevinden van een mens/dier.
—————————————-
Ondergetekende wil hierbij opmerken dat zij het ’ergens moeten wonen’ en het verkopen van lichaam en geest als een dagelijkse last ervaart, en vindt dat er nog heel wat verbeterd kan worden aan deze maatschappij als het gaat om vrijheid, voor zowel mens als dier.
De tweede sekse
Mijn stukje over feminisering heeft veel bekijks getrokken en best wat reacties losgemaakt. Daarbij kreeg ik ook reactie van Tikara, die daarbij een links plaatste naar het weblog waar zij voor schrijft: De Tweede Sekse. Het is zeer de moeite waard voor iedereen die ook maar enigszins geïnteresseerd is in feminisme of gewoon graag iets leest waar over nagedacht is en waar je ook zelf nog eens door aan het denken wordt gezet.
Dames van De Tweede Sekse, mijn complimenten voor de stukken, en dat er nog vele mogen volgen.
Kritisch intermezzo: Mannen en vrouwen zijn niet zo verschillend
Gisteren kopte het Algemeen Dagblad: “Mannen en vrouwen zijn niet zo verschillend”. De seksekloof zou volgens sommige onderzoekers namelijk aangeleerd zijn.
Nu is de hele nature/nurture-discussie niet iets wat je in een klein artikeltje samen kunt vatten, heel begrijpelijk. Maar het argument dat gebruikt wordt in het artikel is niet echt een van de sterkste die ik gelezen heb: er wordt een onderzoek genoemd dat concludeert dat er “bij de taalvaardigheden van kleine kinderen slechts 3% verschil is tussen de geslachten”. Tsja.
Nu ben ik geen expert op het gebied van biologie, maar ik meen me te herinneren dat er zo ergens in de tienerjaren een soort van hormonengolfje op gang komt, wat voor een aantal kleine veranderingetjes kan zorgen. Het lijkt me onmogelijk om derhalve (alleen maar) onderzoek bij kleine kinderen te gebruiken als het gaat om het constateren van sekseverschillen. Nog afgezien van het feit dat er alleen gesproken wordt over taalontwikkeling.
Hoe moeten lezers nu een goed beeld van een onderwerp vormen met zulke verslaggeving?
Mannelijk leed: de feminisering van de samenleving
Het is een onderwerp waar ik al lange tijd over wil schrijven: de feminisering van de samenleving. Toen ik het voor het eerst hoorde, was ik verbaasd. Als nieuwe feministe, zat ik nog vast in het idee dat vrouwen meer aandacht nodig hadden, meer kansen, dat het plafond nog doorbroken moest worden. De feminisering van de samenleving, tssk… Die mannen moesten gewoon niet zo zeuren, ze waren vast verbolgen over het feit dat ze nu niet meer alle touwtjes in handen hadden en ook eens de vaatwasser moesten uitruimen.
Inmiddels ben ik er heel anders tegenaan gaan kijken. Met iets meer bagage dan vroeger en een wat getrainder oog, kijk ik anders naar het nieuws. Zoals een peuter zich niet bewust is van het verschil tussen jongetjes en meisjes, zo moet je je ook bewust leren worden van het verschil tussen mannen en vrouwen. Je moet als het ware leren om die twee constant te scheiden en hun rollen te interpreteren.
Tot nu toe kon ik er maar niet voor gaan zitten om erover te schrijven, maar nu moet ik het toch kwijt. Het begon met het bericht dat er een doelstelling is om het aantal zelfmoorden met 5% te laten dalen. Patrick Ubags stelde op Twitter de vraag waarom er zo weinig aandacht is voor het aantal zelfmoorden, constateerde dat 70% van de zelfmoordenaars man is en vroeg zich vervolgens af waarom dat zo is. Dus nu kan ik het niet nalaten er echt eens voor te gaan zitten. Mijn idee is dat mannen minder aandacht krijgen, omdat we denken dat ze het niet nodig hebben.
Al het nieuws wat nu binnenkomt dat te maken heeft met mannen, vrouwen of allebei – ook al wordt dat niet expliciet genoemd – overpeins ik. Wat gaat er mis? Waarom is de emancipatie nog niet voltooid? Langzaamaan ben ik daar een idee over gaan vormen.
De emancipatie is nog niet voltooid, omdat feministen het te lang zelf hebben willen doen. Het is heel begrijpelijk en ongetwijfeld nodig geweest dat zij zich afgezet hebben tegen de man. Losmaken is een fase die je niet over kunt slaan in een slechte relatie. Maar uiteindelijk komt er een periode waarin je elkaar moet accepteren en je allebei je nieuwe rol moet vinden. Daar gaat het mis. Tot nu toe is er slechts geprobeerd om de vrouw een nieuwe rol te geven. Wat vervolgens gebeurde is dat de man achterbleef met het gevoel dat de vrouw al zijn taken overnam en hij met lege handen achterbleef.
Nu is het zelfs echter zo erg, dat mannen in sommige opzichten ondergesneeuwd dreigen te raken. Dat klinkt misschien raar, voor wie nog leeft in de tijd van de male white oppressor. Maar zet dat idee opzij: de jongens van nu zijn niet de oude kolonisten of de oude grijze pakken die geen vrouw aan hun vergadertafel wilden.
Wij als vrouwen doen mannen tekort wanneer we hen zo blijven zien, maar we doen ook onszelf tekort. Het simpele feit is namelijk dat we ze nodig hebben. Een tegenstelling kan niet bestaan zonder een van de twee termen. Emancipatie kan niet voltooid worden zonder vrouwen, noch zonder mannen. Wanneer je de ene helft van de tegenstelling herdefinieert, kun je niet anders dan ook de andere helft te herdefinieren. Dat hebben we tot nu toe nagelaten en dat is waar de oplossing van het probleem m.i. ligt.
Ik zal een heel praktisch voorbeeld te geven van waar we de rol van de man simpelweg vergeten in te vullen. De rol van de man is niet meer hetzelfde als vroeger; we verwachten van hem niet meer dat hij (alleen maar) brood op de plank brengt, hij moet ook voor het gezin zorgen. Maar de mogelijkheden daarvoor worden nog niet geboden: er is een tekort aan zorg voor tienervaders. Waar men het logisch vindt hulp te bieden aan zwangere tienermeisjes, ze te ondersteunen bij de opvoeding of te helpen bij het verwerken van een abortus, mist die opvang voor jongens. We stellen wel de eisen, maar reiken ze niet de hand.
Het laatste nieuws is dat in de Verenigde Staten er binnenkort meer werkende vrouwen zullen zijn dan werkende mannen. Dit als gevolg van de recessie. Je kunt dit positief zien, als het bereiken van een goede relatieve arbeidsparticipatie van vrouwen, maar wat er gebeurt is dat precies die sectoren waar mannen werkzaam zijn het hardst worden getroffen door de crisis. Er is niets positiefs aan: er werken niet meer vrouwen, er werken slechts minder mannen. En die vrouwen verdienen nog steeds minder dan de mannen, omdat ze in andere sectoren werkten.
Ook onze aandacht voor emancipatie in niet-westerse landen richt zich op vrouwen, zoals vrouwenbesnijdenis, of seksueel geweld – waarbij mannen als de vijand weggezet worden zonder enige nuance. Gelukkig is er nu ook de documentaire Fighting the Silence, waarin met Congolese mannen over seksueel geweld gepraat wordt; over hun beweegredenen, de druk die zij ervaren. De documentaire erkent dat deze mannen een probleem veroorzaken, maar tegelijkertijd ook de oplossing zijn.
De man heeft het in de huidige maatschappij niet makkelijk. Hij moet stoer zijn, maar ook lief en romantisch. Veel geld verdienen, maar ook tijd maken voor zijn gezin. Ondertussen lijdt de man onder de feminisering in het onderwijs - mede omdat zijn manier van uiten als lastig gezien wordt en de vrouwelijke manier van uiten tot standaard verheven wordt, raakt hij zijn baan eerder kwijt dan de vrouw, en als hij voor de kinderen wil zorgen moet hij maar hopen dat de rechter deze na een scheiding niet automatisch toekent aan de moeder.
Als wij het als vrouwen slechts beter doen omdat het slechter gaat met de man, hebben we niets om trots op te zijn.
Links:
Volkskrant: Overheid feminiseert verder
Volkskrant: Voor jonge vaders is weinig oog
Volkskrant: 20 jongetjes dood na besnijdenis Zuid-Afrika
Fighting the Silence
Laura Dekker
Nee, ik schrijf niet over ‘het zeilmeisje’. Ik schrijf een post over Laura Dekker. Het meisje heeft een naam, ik vind het respectvoller om die te gebruiken.
Al weken erger ik me enorm aan het nieuws over haar. Niet om het feit dat het nieuws is, maar om het feit dat iedereen er een, over het algemeen nogal ondoordachte, mening over heeft.
De heersende opinie is dat het gaat om een zeer verwend meisje, dat maar beter thuis kan blijven omdat ze te jong is om te doen wat ze wil, dat ze thuis beter af zou zijn, dat haar ouders haar geen grenzen stellen en dat het te gevaarlijk is voor een jongere om dit te doen. Die is er namelijk gewoon nog niet ‘volwassen’ genoeg voor. Daarnaast zijn er nog eens mensen die zelfs de wens uitgesproken hebben dat Laura zal verongelukken, of na de eerste dag al gered zal moeten worden en met hangende pootjes terug zal keren. Natuurlijk heeft ook de rechter die haar toestemming geeft om te vertrekken het verkeerd.
Zoals gebruikelijk hebben we weer eens 16,5 miljoen rechters en opvoeders die het allemaal beter weten. Ze kennen Laura niet, ze kennen haar ouders niet, ze weten niet welke informatie de rechter heeft gehad of welke eisen de rechter heeft gesteld. En toch weten ze het allemaal beter.
Iedere veertienjarige is namelijk hetzelfde. Alle veertienjarigen zijn incompetente, opstandige pubers en als je een puber laat doen wat hij of zij wil, dan ben je een slechte ouder. Per definitie. We vergeten voor het gemak wel even dat Laura dit al heel lang wil, al heel lang aan haar techniek heeft kunnen werken, in alle opzichten meegewerkt heeft met de rechter en jeugdzorg en plannen heeft voorgelegd aan deskundigen. Past zoiets ook bij het beeld van de opstandige puber?
Wij maken ons nu met zijn allen druk om één meisje van veertien, dat dit zélf wil, met ouders die ze blijkbaar heeft te weten overtuigen en een rechter die ze heeft weten te overtuigen. Waar we feitelijk niet eens iets mee te maken hebben – we hebben er persoonlijk geen last van en ook geen enkele reden om ons ermee te bemoeien. Terwijl aan de andere kant van de wereld (of slechts een paar honderd kilometer verderop) meisjes van 14 uitgehuwelijkt worden, verkracht, genitaal verminkt, kinderarbeid verrichten, oorlog meemaken of er zelf in vechten, doodgaan van de honger, AIDS, mislukte abortussen of wat al niet meer, of in de prostitutie werken. Maar een gezond meisje dat gaat zeilen…!
Daarnaast vergeten we voor het gemak even dat het in andere landen en andere tijden mensen op die leeftijd al volwassen geacht worden/werden. Dat betekent dus dat ‘volwassen’ een relatief begrip is — wat ook wel blijkt als je ziet hoe sommige ‘volwassenen’ zich gedragen.
Mensen die Laura ongeluk toewensen, wil ik slechts vragen eens na te denken over waar ze mee bezig zijn. Iemand die je niets misdaan heeft ongeluk toewensen om je eigen gelijk te krijgen, is gewoon misselijk. Ik vraag me ook af waarom ze zonodig gelijk willen: wat hebben ze erbij te winnen? Is het de angst dat iemand anders mogelijk haar dromen waar zal maken? Is het confronterend om te merken dat je je eigen dromen wél hebt laten varen?
Rest nog de vraag wat erger is: een droom hebben en die niet mogen najagen, of je droom najagen en getroffen worden door het noodlot. Leven is meer dan ademen.
It’s not the years in your life that count. It’s the life in your years.
–Abraham Lincoln
Liberalisme of xenofobie?
Een van de standpunten van de VVD is dat er een verbod zou moeten komen op algehele gezichtsbedekking. Maar waarom? Volgens hun website is liberalisme ook de verantwoordelijkheid accepteren voor je eigen daden. Waarom zou ik dan de gevolgen van mijn gezichtsbedekking niet zelf mogen ondervinden? Als ik bijvoorbeeld niet aan werk kom omdat ik graag solliciteer met -ik noem eens wat- een integraalhelm op, dan zou dat toch gewoon mijn zaak moeten zijn in de liberale ideologie?
Om een of andere reden heb ik het gevoel dat het hier echter weinig met liberalisme te maken heeft.
